ING Consumer Survey: Vier op tien Belgen kopen “fast fashion”. De pakjestaks zal daar weinig aan veranderen

Slechts één op vijf Belgen zal minder pakjes bestellen van buiten EU na invoering van Europese pakjestaks

Brussel, 1 juli 2026 – Uit de nieuwste ING Consumer Survey van ING1 blijkt dat vier op de tien Belgen regelmatig bij goedkope modeketens of webshops met snelle collectierotaties kopen, terwijl bijna de helft gevoelig is voor koopjes en voor impulsaankopen. Daarnaast geeft 41% aan meerdere kledingstukken in de kast te hebben die amper worden gedragen. Fast fashion vergroot onvermijdelijk de ecologische voetafdruk van de textiel- en kledingsector. Daarom zet Europa ook in op prijsprikkels, zoals de nieuwe heffing van 3 euro op kleine pakketten uit landen buiten de EU. Maar volgens onze enquête zal de impact op het gedrag van Belgische consumenten waarschijnlijk beperkt blijven. Slechts één op de vijf Belgen verwacht minder pakjes van buiten de EU te bestellen.

Online consumptie en prijsprikkels sturen consumentengedrag, met toenemende milieudruk als gevolg

De kledingsector behoort tot de meest milieu‑intensieve consumptiedomeinen, met jaarlijks zo’n 5 miljoen ton textielafval in Europa (wat neerkomt op ongeveer 12 kg per persoon). Die impact is de voorbije jaren verder toegenomen door de opkomst van “fast fashion”2. Nieuwe collecties volgen elkaar steeds sneller op, wat leidt tot meer productie en afval van textiel, mede aangedreven door Belgische consumenten. Zo geeft vier op tien Belgen in onze enquête aan vaak kleding te kopen bij goedkope modeketens of webwinkels die sneller nieuwe collecties lanceren dan traditionele modemerken. Koopjesgedrag en impulsaankopen spelen een belangrijke rol: bijna de helft van de Belgen geeft aan hier gevoelig voor te zijn. Tegelijk is er sprake van inefficiënt gebruik van kleding: 41% van de Belgen geeft aan kledingstukken in de kast te hebben hangen die amper worden gedragen.

Tweedehands wint terrein, maar wordt nog afgeremd door drempels

Het verlengen van de levensduur van kleding met negen maanden kan de milieu‑impact tot 20% verlagen. Daarom zet de EU in op duurzamere textielconsumptie, met meer nadruk op hergebruik en langere gebruiksduur. Tweedehandskleding wint duidelijk aan belang als duurzamer alternatief voor nieuwe aankopen. Zo geeft 58% van de Belgen aan dat tweedehands kan helpen om de milieu‑impact van de kledingsector te verkleinen, en heeft ongeveer 60% de afgelopen drie jaar al eens tweedehandskleding voor volwassenen gekocht. Die adoptie verschilt echter sterk naar leeftijd: bijna 75% van de 18- tot 24-jarigen kocht tweedehands, terwijl oudere generaties duidelijk minder actief blijven. Jongeren maken bovendien vaker en intensiever gebruik van tweedehandsverkoopkanalen.

We zien eerste tekenen van een mogelijke gedragsverschuiving. Zo geeft 32% van de Belgen aan de voorbije drie jaar meer tweedehandskleding te hebben gekocht, terwijl 42% minder nieuwe kleding is gaan aanschaffen. Dit suggereert dat tweedehands steeds vaker fungeert als alternatief voor nieuwe aankopen, waarbij een deel van de daling in nieuwe consumptie mogelijks wordt opgevangen door een toename van tweedehandsgebruik, legt Alissa Lefebre uit, econoom bij ING België en auteur van het onderzoek.

Hoewel tweedehandskleding aan belang wint, zien we dat consumenten nog niet volledig overtuigd zijn. Zo heeft de helft van de Belgen nog nooit gebruikgemaakt van tweedehandsplatformen, met een duidelijk lagere participatie bij oudere generaties en een beperktere vertrouwdheid met deze kanalen. Tegelijk blijven er belangrijke drempels bestaan, zoals twijfels rond hygiëne (bijna één op vier Belgen) en bezorgdheden over kwaliteit en slijtage (17%).

7 op 10 jongeren zal gedrag aanpassen na pakjesheffing

Deze barrières voor de groei van de tweedehandsmarkt tonen aan dat een focus op hergebruik alleen onvoldoende is om de milieu‑impact van kleding te beperken. De strategie van de Europese Commissie beperkt zich niet tot hergebruik, maar richt zich ook op een model met minder fast fashion. Een concreet initiatief in die richting is de invoering van een (tijdelijke) heffing van 3 euro per productcategorie op kleine pakketten met een waarde onder 150 euro uit landen buiten de Europese Unie, die vanaf 1 juli van kracht wordt. ​

Volgens de studie van ING Belgium, zal de verwachte impact op het consumentengedrag echter eerder beperkt blijven. De helft van de Belgen geeft aan dat de maatregel geen invloed zal hebben op hun aankoopgedrag. Dit hangt deels samen met het feit dat een aanzienlijke groep vandaag zelden of nooit buiten de EU bestelt, terwijl anderen aangeven de extra kost gewoon te zullen dragen. Daartegenover staat dat 42% verwacht het gedrag wel aan te passen, al betekent dit niet noodzakelijk minder bestellingen.

In totaal verwacht slechts één op vijf Belgen effectief minder pakjes van buiten de EU te bestellen. Al zijn er belangrijke verschillen per leeftijdscategorie. Bij de 18- tot 24-jarigen geeft 71% aan zijn gedrag te zullen aanpassen als gevolg van de extra heffing, vooral door het aanpassen van het bestelgedrag, zoals het bundelen van aankopen om kosten te verlagen. Ook bij de 25- tot 34-jarigen geeft iets meer dan de helft aan het gedrag te willen aanpassen. Bij de 35-plussers, daarentegen, geeft de meerderheid aan hun gedrag niet te willen wijzigen. Dit hangt grotendeels samen met het feit dat zij op dit moment (bijna) nooit producten bestellen buiten de Europese Unie”, legt Alissa Lefebre uit.

Fig. Gedragsaanpassing geconcentreerd bij consumenten jonger dan 35 jaar

% Belgische respondenten per leeftijdscategorie: “Vanaf juli 2026 worden kleine pakketten (met een waarde van minder dan € 150) van buiten de Europese Unie (bv. uit China) belast met een heffing van € 3 per productcategorie in het pakket. Aangezien dit waarschijnlijk de prijs die u betaalt zal verhogen, verwacht u dat deze maatregel uw aankoopgedrag zal beïnvloeden?”

Bron: ING Consumer Survey

De reactie op de invoering van de heffing verschilt van land tot land. In België, Nederland en Duitsland verwacht minstens de helft van de consumenten geen aanpassing van het aankoopgedrag, terwijl in landen zoals Roemenië, Polen en Spanje net een duidelijke meerderheid aangeeft het gedrag wel te zullen wijzigen. Dit verschil hangt samen met prijsgevoeligheid en inkomensniveaus: in landen met een lager inkomen weegt een vaste kost relatief zwaarder door, wat de bereidheid om gedrag aan te passen vergroot.

Tegelijk blijft het onzeker in welke mate deze taks effectief zal worden doorgerekend aan de consument. De ervaring in Frankrijk en Italië toont dat bedrijven niet alleen prijzen aanpassen, maar ook hun logistiek herorganiseren om kosten te vermijden. Zo werden na een gelijkaardige maatregel goederenstromen deels omgeleid via andere landen, zoals België. Ook op Europees niveau is het dus waarschijnlijk dat e‑commerce spelers zich aanpassen om minder belasting te betalen, bijvoorbeeld door grote voorraden te leveren aan entiteiten binnen Europa (“B-to-B”), die vervolgens de pakketten naar de Europese consumenten zullen verzenden. ​

Dit betekent dat de impact van de maatregel niet alleen door de consument, maar ook door bedrijven bepaald zal worden. Een effectieve reductie van de milieu‑impact vraagt daarom een bredere aanpak dan prijsmaatregelen alleen. Beleid zal zowel moeten inzetten op het afremmen van fast fashion en impulsgedrag, als op het stimuleren van duurzamere alternatieven zoals kwaliteitskleding of tweedehands, met aandacht voor het wegwerken van bestaande drempels,” concludeert Alissa Lefebre.

###

Einde persbericht

ING Consumer Survey Juli 2026.pdf

PDF - 492 Kb
Renaud Dechamps

Renaud Dechamps

Spokesman & Media Relations Manager, ING Belgium

Over ING

ING Belgium is een universele bank die financiële diensten aanbiedt aan particulieren, ondernemingen en institutionele cliënten. ING Belgium S.A./N.V. is een dochtervennootschap van ING Group N.V. via ING Bank N.V. (www.ing.com).

ING is een wereldwijd actieve financiële instelling met een sterke Europese aanwezigheid, die bankdiensten aanbiedt via haar dochteronderneming ING Bank. De doelstelling van ING is: mensen in staat stellen om een stap voor te blijven, zowel zakelijk als privé. De meer dan 60.000 medewerkers van ING bieden particuliere en zakelijke bankdiensten aan klanten in meer dan 100 landen.

Aandelen ING Groep zijn genoteerd aan de beurzen van Amsterdam (INGA NA, INGA.AS), Brussel en aan de New York Stock Exchange (ADRs: ING US, ING.N).

ING streeft ernaar om duurzaamheid centraal te stellen bij alles wat we doen. Ons beleid en onze acties worden beoordeeld door onafhankelijke onderzoeks- en ratingbureaus, die jaarlijks updates geven. De ESG-rating van ING door MSCI werd in oktober 2025 verhoogd van 'AA' naar ‘AAA’. Sinds juni 2025 beoordeelt Sustainalytics ING’s beheer van materiële ESG-risico's als 'Sterk', met een ESG Risk Rating van 18,0 (laag risico). De aandelen van ING Groep zijn opgenomen in belangrijke duurzaamheids- en ESG-indexproducten van toonaangevende aanbieders, waaronder Euronext, STOXX, Morningstar en FTSE Russell.

1 Onze ING Consumer Survey (hierna “enquête”) werd uitgevoerd door Ipsos namens ING in april 2026 op een representatieve groep van 1.000 Belgen over verschillende leeftijden (vanaf 18 jaar), geslachten, inkomensklassen, opleidingsniveaus en types van jobs. Deze enquête werd ook uitgevoerd in Duitsland, Roemenië, Polen, Spanje en Nederland, ook steeds op een representatieve steekproef.

2 Door het Europese parlement gedefinieerd als “het voortdurend aanbieden van nieuwe stijlen tegen zeer lage prijzen”.