ING Belgium Economic Newsletter: Gevolgen van de Britse verkiezingen voor de Belgische economie

Gevolgen van de Britse verkiezingen voor de Belgische economie

Donderdag 6 juli 2017 —

Theresa May heeft niet de ruime meerderheid gekregen waarop ze gehoopt had. Erger nog, de conservatieven hebben een politieke partner moeten zoeken om een regering te vormen. Toch is de brexit op geen enkele manier in vraag gesteld en zijn de onderhandelingen op 19 juni officieel begonnen. Voor de Belgische economie blijft de impact op termijn uiteraard negatief. Het is bovendien niet uitgesloten dat geen enkele deal wordt gesloten aan het einde van het proces. Sinds het referendum is er nog niet zoveel veranderd, maar dat is niet verrassend aangezien de brexit pas na 2019 (of zelfs 2022) effectief zal worden.

Nu de Europese en Britse instellingen een onderhandelingsproces van (in theorie) 2 jaar begonnen zijn, kunnen we de evolutie van de Belgisch-Britse relaties al analyseren aan de hand van enkele indicatoren: de handel, het toerisme en de perceptie van het Europese project

.
1. Export. De internationale handel wordt door economen vaak aangehaald als het meest kwetsbare domein, aangezien een harde brexit mogelijk samengaat met barrières die handel tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk moeilijker maken. Zonder een akkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk zouden, bijvoorbeeld, de douanerechten die van toepassing zijn op de handelspartners van EU ook voor het Verenigd Koninkrijk gelden. Wanneer we een extrapolatie maken van de douanerechten die binnen de Wereldhandelsorganisatie gelden voor België, dan zouden de prijzen voor de Belgische export naar het Verenigd Koninkrijk stijgen met bijna 5%. Daarbij komt nog de koersstijging van de euro tegenover het Britse pond, waardoor de Belgische export duurder wordt in Britse pond. Is de Belgische export veranderd sinds het referendum van juni 2016? Op basis van de cijfers tussen juli 2016 en maart 2017 lijkt dit niet het geval. De export van Belgische goederen naar het Verenigd Koninkrijk is met gemiddeld 13% (1,7 miljard euro) gestegen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder.

Indien we deze cijfers in detail bekijken, dan stellen we vast dat het resultaat voornamelijk wordt bepaald door twee categorieën van goederen: chemische of farmaceutische producten en olieproducten. Zo is de export van de chemiesector en de farmaceutische sector met 1,4 miljard euro gestegen in vergelijking met dezelfde periode van vorig jaar (+79%). In die sectoren heeft het Verenigd Koninkrijk een groot handelstekort tegenover de rest van de EU en ons land is een van de Europese leiders op het vlak van farmaceutica. Geneesmiddelen en vaccins lijken een groot deel van die stijging te verklaren. Wat de olieproducten betreft, gaat het in essentie over een waarde-effect dat wordt verklaard door de heropleving van de olieprijs in de bestudeerde periode. In België zijn voornamelijk de petrochemische en raffinageactiviteiten bij de export betrokken. Als we die twee sectoren uitsluiten, wordt de balans negatief en neemt de Belgische export naar het Verenigd Koninkrijk af met 191 miljoen euro in vergelijking met dezelfde periode van vorig jaar. Er bestaan dus belangrijke verschillen tussen de sectoren. Sommige sectoren of spelers zullen de negatieve schok van de brexit vermoedelijk nog sterker voelen, zoals bijvoorbeeld de autosector of de haven van Zeebrugge (belangrijkste haven voor de handel in wagens). Aangezien gemiddeld 85% van de Belgische export uit Vlaanderen komt, kunnen de bedrijven uit het noorden van het land bovendien gevoeliger zijn voor een harde brexit

.
2. Toerisme. In theorie maakt de brexit een reis naar België duurder voor Britse toeristen, waardoor het aantal toeristen waarschijnlijk zal dalen. In de praktijk wordt het echter moeilijk om de gevolgen van de brexit te onderscheiden van de invloed van het aangetaste imago van Brussel na de aanslagen van maart 2016. Volgens voorlopige cijfers van de FOD Economie is het aantal buitenlandse toeristen in 2016 met 9,5% gedaald in vergelijking met 2015 en een groot deel van die daling kan worden toegeschreven aan het drama van 22 maart. De jaarlijkse cijfers kunnen zeker ook worden beïnvloed door andere elementen. Maar wanneer we de evolutie van het aantal overnachtingen gereserveerd door buitenlandse toeristen in detail bekijken, zien we dat de daling twee keer zo sterk is bij de Britten: -19%. Als we de Brusselse regio uit de analyse laten, blijft de daling bij de Britten veel opvallender. In Vlaanderen zakt de indicator met 6% voor buitenlandse toeristen, maar met 18% voor Britse toeristen. Ook in Wallonië daalt de indicator minder sterk voor buitenlandse toeristen (-4%) dan voor Britse toeristen (-15%). Dit wijst op het bestaan van een brexiteffect en waarschijnlijk ook op het effect van een zwakkere Britse pond tegenover de euro, waardoor de reis in de eurozone duurder wordt voor een Brit. Ook al zal de brexit de toeristische sector in België niet aan het wankelen brengen, dan nog is de impact niet te verwaarlozen. In 2015 kwam 1 miljoen van de 8,3 miljoen buitenlandse bezoekers uit Groot-Brittannië en de Britten waren goed voor 12% van de overnachtingen die door buitenlandse toeristen werden gereserveerd

.
3. Vertrouwen en besmettingseffect. In een recent interview heeft Klaus Regling (hoofd van het Europese Stabiliteitsmechanisme) verklaard dat de steun voor het EU-lidmaatschap sinds de brexit is toegenomen in alle landen van de Unie, wat de hypothese van een hechtere unie zonder het Verenigd Koninkrijk ondersteunt.  Uit een Economic.Poll@ING  die in mei 2016 en in juni 2017 is uitgevoerd, blijkt dat de perceptie van het brexitrisico voor België enigszins afgenomen is. In juni 2017 vond 50% van de respondenten dat de brexit nefast was voor België tegenover 55% in mei 2016. De laatste Eurobarometer-enquête die de Europese Commissie in de herfst van 2016 heeft uitgevoerd, de eerste die sinds het Britse referendum is uitgevoerd, bevestigt de lichte toename van de populariteit van de EU bij haar burgers

.
• 58% van de Europese respondenten stond positief tegenover een economische en monetaire unie, evenals een eenheidsmunt (tegenover 55% in mei 2016).
• 53% van de Europese respondenten meende dat meer beslissingen op het niveau van de EU moesten worden genomen (tegenover 51% in mei 2016).
• De economische voordelen van de EU lijken ook in aanmerking te worden genomen: 48% van de respondenten dacht dat de EU de toestand creëerde die nodig waren voor meer jobs in Europa (tegenover 45% in mei 2016).


Net als sinds de aankondiging van de brexit moeten we de gevolgen van de brexit voor de Belgische economie op korte termijn niet overschatten. Daarvoor kunnen drie redenen worden aangehaald. Ten eerste komt de scheiding er niet meteen en bijgevolg worden de gevolgen verwaterd doorheen de tijd. Ten tweede zorgen de geografische en de historische nabijheid ervoor dat de meeste uitwisselingen zullen blijven bestaan, net als de economische activiteit die ermee gepaard gaat. Op politiek vlak ten slotte lijkt het Verenigd Koninkrijk de Europese identiteit binnen andere EU-lidstaten te hebben versterkt (ook Macron-effect?). Dit gezegd zijnde, blijft de impact — weliswaar licht — negatief en kunnen bepaalde sectoren zich in de vuurlinie bevinden.

Economic.Poll@ING bestaat uit één vraag per week die gesteld wordt op de afmeldpagina van ING Home’Bank. De vragen die hierboven besproken worden, werden gesteld tussen 23 en 30 mei en tussen 19 en 28 juni 2017 (resp. 5635 en 4416 deelnemers).


Persdienst ING België: pressoffice@ing.be
Geoffrey Minne, Economist, T: +32 2 547 33 86 - M: geoffrey.minne@ing.be

Follow ING on