ING België lanceert reeks studies ‘Lokale besturen’:

ING België lanceert reeks studies ‘Lokale besturen’

Donderdag 13 juli 2017 —

Studie 1 – De gemeenten en de demografische uitdaging: grote verschillen, zowel in het verleden als in de toekomst.

Deze studie laat enerzijds toe de situatie in de verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken en meer duidelijkheid te geven over de toestand van een gemeente binnen de Belgische context. Daarnaast kunnen groepen gemeenten geïdentificeerd worden die met gemeenschappelijke uitdagingen kampen. Meer specifiek: op gemeentelijk vlak laat de evolutie van de voorbije 10 jaar toe om de impact van bepaalde beleidsbeslissingen te evalueren en, indien nodig aan te passen. Daardoor is de studie ook toekomstgericht.


Anderzijds kan iedereen door deze studie zijn persoonlijke situatie beter vergelijken met macro-economische gegevens omdat deze betrekking hebben op entiteiten die dicht bij de leefwereld van de burger liggen. «De lokale gegevens zijn ook nuttig voor de burger die de algemene economische data vaak als te globaal en minder interessant ziet» besluit Philippe Ledent, Senior economist bij ING België en auteur van de studie.

Saskia Bauters, Head of Public Sector & Social Profit bij ING België, vervolgt: "ING België is een belangrijke partner van diverse actoren in de sector van de lokale besturen. Deze studie stelt ons niet alleen in staat de sector nog beter te begrijpen. Ze biedt ons ook de mogelijkheid om onze klanten nuttige en interessante informatie te verschaffen. Hierdoor kunnen ze zich nog beter voorbereiden op de uitdagingen die voor hen liggen en een stap voor blijven, zowel in hun privé als hun professioneel leven."

Van dit eerste nummer dat gewijd is aan de demografische evolutie en de evolutie van de inkomens onthouden we de volgende resultaten:

  • De steden kennen niet meer succes dan de gemeenten: er bestaat geen duidelijk verband tussen de groei van de bevolking en de initiële omvang van een gemeente.
  • Er is een vrij duidelijk (negatief) verband tussen de omvang van de gemeente en de groei van het inkomen van de inwoners.
  • Zelfs al is dit resultaat vatbaar voor interpretatie, is er duidelijk een (negatief) verband tussen de omvang van de bevolking van een gemeente en de ongelijkheden op het vlak van inkomen.

Daarnaast laat de combinatie van de evolutie van de bevolking en van het inkomen tussen 2005 en 2014, alsook het inkomensniveau en de spreiding ervan, toe de gemeenten onder te verdelen in acht groepen die met gemeenschappelijke uitdagingen te kampen hadden (en nog steeds hebben). Bijvoorbeeld, een beperkte groep van gemeenten wordt gekenmerkt door een zeer dynamische demografie maar ook een zwakke evolutie van de fiscale inkomens over de periode 2005-2014 en een inkomensniveau dat in 2005 al onder het gemiddeld lag. Deze groep is echter niet te verwaarlozen, want ze telt niet minder dan 1,5 miljoen inwoners!
De evolutie van de demografische structuur van een bevolking kan een belangrijke factor zijn die verklaart waarom een gemeente tot een bepaalde groep behoort. Maar er komt een revolutie op ons af door de vergrijzing van de bevolking. "De verandering die de bevolkingsstructuur zal ondergaan, en de heterogene impact ervan op de gemeenten, houdt het risico in dat bepaalde evoluties die in het verleden zijn waargenomen, zullen worden versterkt, met daar bovenop een nieuwe belangrijke uitdaging," benadrukt Philippe Ledent. Voor het arrondissement Brussel Hoofdstad, of ook Aarlen, Gent en Luik, zal de vergrijzing maar tot een kleine stijging van de afhankelijkheidsratio leiden (de ratio tussen de personen die niet tot de bevolking op arbeidsleeftijd behoren en de bevolking op arbeidsleeftijd). In de arrondissementen Brugge, Oostende of Veurne, zal de afhankelijkheidsratio dan weer stijgen van minder dan 0,8 naar meer dan 1. Dit betekent dat er in die arrondissementen in 2037 meer inactieve personen zullen zijn dan personen op arbeidsleeftijd. In Wallonië lijkt het arrondissement van Philippeville het meest blootgesteld aan de vergrijzing. Hier stijgt de onafhankelijkheids-ratio van 0,66 à 0,9.

Voor meer informatie of om specifieke info/cijfers aan te vragen, gelieve contact op te nemen met de persdienst van
ING België
+ 32 2 547 24 84, pressoffice@ing.be     

Follow ING on