ING Belgie economic newsletter: Op vakantie vertrekken...ja, maar naar waar?

Op één jaar tijd was de evolutie van de wisselkoersen zeer ongunstig voor een reis jaar IJsland, Rusland of Brazilië, maar dan wel weer gunstig voor een reis naar het Verenigd Koninkrijk, Turkije of Tunesië In de Eurozone.

Maandag 12 juni 2017 —

Op één jaar tijd was de evolutie van de wisselkoersen zeer ongunstig voor een reis jaar IJsland, Rusland of Brazilië, maar dan wel weer gunstig voor een reis naar het Verenigd Koninkrijk, Turkije of Tunesië In de eurozone 
Als men de kans heeft om op vakantie te vertrekken, dan moet men bij de beslissing van de bestemming met verschillende criteria rekening houden. Een van de criteria is het financiële, wat niet onbelangrijk is. Het budget is uiteraard van essentieel belang. Maar ook de "koopkracht" waarover men op vakantie zou beschikken, kan een rol spelen. Daarom kan het nuttig zijn om de recente evolutie van enkele economische variabelen te kennen.

Welke bestemming verhoogt de koopkracht van de Belgische toerist?

In een perfecte wereld zouden we dezelfde koopkracht hebben, ongeacht het land waar we heen gaan. Het is namelijk zo dat de prijsverschillen en de verschillende evolutie ervan tussen de landen zich onmiddellijk zouden vertalen in compenserende evoluties van de wisselkoersen. Wanneer een toerist naar een ander land gaat, dan zou hij dus precies dezelfde koopkracht hebben als in zijn land van oorsprong. In de werkelijkheid is dit echter niet het geval: de wisselkoersen op de markten worden niet enkel geleid door de evolutie van de prijzen. De wisselkoersevoluties kunnen soms de sterk uiteenlopende trends van de prijzen compenseren, maar kunnen deze ook soms beklemtonen. Na verloop van tijd kunnen de afwijkingen zich opstapelen. Bijgevolg kan een toerist de indruk hebben dat het leven bijzonder duur of bijzonder goedkoop is in een vreemd land. In grafiek 1 wordt een illustratie gegeven van deze afwijkingen. Voor de Belgische reiziger lijkt IJsland bijzonder duur (het prijsniveau ligt er meer dan 50% hoger), op de voet gevolgd door Zwitserland en Australië. Helemaal aan de andere kant van de schaal, en niet echt verbazend, geven Turkije en Tunesië de indruk dat het leven er duidelijk goedkoper is dan in België. 

Binnen de eurozone wordt de koopkracht niet langer beïnvloed door de evolutie van de wisselkoersen. Maar dit wil ook zeggen dat de wisselkoersen de uiteenlopende prijsevoluties niet langer kunnen compenseren, waardoor de Belgische toerist niet overal over dezelfde koopkracht beschikt als in België. Wel integendeel: op dit niveau bestaan er grote verschillen. Wanneer we de cijfers van Eurostat over de koopkracht  extrapoleren, leren we dat de kostprijs van het leven in België tot de hoogste van de landen uit de eurozone behoort (grafiek 2). Alleen Luxemburg, Finland en Ierland hebben een hoger algemeen prijsniveau (van respectievelijk 6,5%, 6,8% en 22,3% ten opzichte van België). In alle andere landen van de eurozone zal de Belgische vakantieganger, wanneer hij de prijzen die gehanteerd worden in België als referentie gebruikt, het gevoel hebben dat het leven elders globaal genomen goedkoper is. Dit kan gaan tot een daling van de levensduurte met bijna 50% zoals in Litouwen of Slowakije.

Wat was de evolutie tijdens de voorbije 12 maanden? 

Stel dat een aantal vakantiegangers naar hetzelfde land vertrekken als een jaar eerder. De vorige paragrafen zouden hen niet mogen verrassen. Het kan echter ook interessant zijn om te onderzoeken of de kostprijs van het leven in dat bepaald land is gestegen in vergelijking met vorig jaar.

Voor de landen die buiten de eurozone liggen, werd de evolutie van de levensduurte bepaald door twee variabelen: enerzijds de wisselkoers, in zoverre een waardedaling (waardestijging) van de euro ten opzichte van de lokale valuta de koopkracht van de toerist, vermindert (vermeerdert). Anderzijds, hoe hoger de plaatselijke inflatie, hoe sterker de koopkracht er daalt. Deze twee variabelen kunnen elkaar compenseren of versterken. In de loop van de afgelopen twaalf maanden is de situatie op dit vlak het meest verslechterd in IJsland, Rusland en Brazilië (grafiek 3): we hebben er een positieve inflatie gezien, gecombineerd met een waardevermindering van de euro ten opzichte van de valuta's van deze landen. Vandaar dat op een tijdspanne van amper één jaar de koopkracht van de Belgische toeristen in deze landen met 15 tot 20% is gedaald!

Het geval van Canada is interessant: terwijl de inflatie er ongeveer 2% bedroeg, is de euro ook met 2% in waarde gestegen ten opzichte van de Canadese dollar, waardoor de koopkracht van de Belgische toerist uiteindelijk, en bij constant inkomen, niet is gewijzigd.

Tot slot werd in Turkije, Tunesië en, in mindere mate, het Verenigd Koninkrijk de plaatselijke inflatie (zeer hoog in het geval van Turkije) meer dan gecompenseerd door de waardestijging van de euro ten opzichte van de valuta's van deze landen. Zo heeft een toerist uit de eurozone die naar Tunesië  trekt vandaag 12% meer koopkracht in vergelijking met een jaar geleden.

In de landen van de eurozone is het probleem eenvoudiger: aangezien er geen wisselkoersen zijn, telt enkel de evolutie van de prijzen. Ter herinnering: in België zijn alle consumptieprijzen gemiddeld met 2,7% gestegen gedurende de afgelopen 12 maanden (cijfer van april). Enkel in de Baltische landen (Estland, Litouwen en Letland) lag de inflatie hoger (grafiek 4). In Spanje, een zeer geliefde bestemming van de Belgische toeristen, lag de inflatie op ongeveer hetzelfde niveau als in België. Daarentegen lag deze aanzienlijk minder hoog in Griekenland, Italië of zelfs Frankrijk.


Bijlage: De uitgaven van de toeristen onder de loep

Het algemene prijsniveau dat gebruikt wordt om de inflatie van de consumptieprijsindex te berekenen wordt gemeten op basis van alle soorten uitgaven. Nu is het eerder zeldzaam dat men tijdens zijn vakantie een wasmachine koopt of inschrijvingsgeld voor de universiteit betaalt. Men kan een beter beeld van de koopkracht van de vakantieganger krijgen wanneer men bepaalde categorieën goederen en diensten selecteert. Nemen we een eerste mandje van goederen en diensten dat vooral gericht is op de horeca (80% van de uitgaven) en ontspanning en cultuur (20% van de uitgaven). In dit geval zijn enkel Ierland en Finland eurozonelanden die een bittere smaak nalaten in de portefeuille van de Belgische vakantieganger (het niveau van deze categorieën prijzen ligt er respectievelijk 7,4% en 8,9% hoger - grafiek 5). Het is dus veel interessanter om naar de landen in het zuiden van de eurozone of naar de Baltische landen te gaan ondanks de soms sterke stijging van de prijzen gedurende de afgelopen twaalf maanden (grafiek 6).

Als men een tweede mandje van goederen en diensten onderzoekt dat zich beperkt tot voeding en drank, zijn de verschillen op het vlak van prijsniveau minder uitgesproken. Oostenrijk en Luxemburg blijken, naast Ierland en Finland, relatief duur voor de Belgische vakantieganger (grafiek 7). In de overige landen zal men eerder de indruk hebben dat het leven er goedkoper is, en dan vooral in geliefde bestemmingen zoals Spanje en Portugal. In Griekenland daarentegen is de kostprijs van deze categorieën goederen niet veel verschillend van die in België. Evenwel opgelet: terwijl de inflatie van dit type producten in België nul was, was deze positief of soms zelfs hoger dan 2% in de andere landen van de eurozone. In sommige landen, zoals Griekenland of Portugal, maar ook in Malta en in de Baltische landen, loopt de vakantieganger die verleden jaar reeds een van deze landen had gekozen, het risico een zekere stijging van zijn uitgaven te voelen in vergelijking met verleden jaar.

Voor meer informatie:

Persdienst ING België: + 32 2 2 547 24 84, pressoffice@ing.be

Philippe Ledent, Senior Economist: philippe.ledent@ing.be

Follow ING on