Skip to Content

IBEN: Economische vooruitzichten 2020 : Een jaar later…

Een jaar na het aftreden van de regering zitten de politieke onderhandelingen nog steeds in een impasse. Dit lijkt op dit moment niet al te veel invloed te hebben op de economie, vooral gesteund door de consumptie van de huishoudens.... maar voor hoe lang nog?

Opmerking: dit is de vertaling van het deel over België van de Eurozone Quarterly, gepubliceerd op het volgende adres: https://think.ing.com/articles/eurozone-is-this-recovery-for-real/

Voor de bijhorende grafieken zie bijlage

Politiek impasse

Een jaar geleden nam de regering ontslag en kwam er een minderheidsregering in lopende zaken tot de verkiezingen van mei. De regeringsonderhandelingen hebben nog niet geleid tot een nieuwe meerderheid op federaal niveau, en dus blijft de regering in lopende zaken aan de macht. Er zijn wel al regionale regeringen geïnstalleerd, maar hun budgettaire flexibiliteit blijft bescheiden. Als gevolg daarvan staat het economisch beleid grotendeels stil. Op dit moment zijn er volgens ons drie scenario's mogelijk: (1) een brede coalitie die extremistische of nationalistische partijen uitsluit; (2) een samenwerking tussen Vlaamse nationalisten en Franstalige socialisten (de grootste partijen in het Noorden en Zuiden van het land) die een coalitie vormen met andere partijen; (3) nieuwe verkiezingen. Geen enkel scenario biedt een duidelijke richting voor het economisch beleid in de komende jaren.

Economische veerkracht

Gezien de zwakke internationale economische context en de politieke crisis is de binnenlandse vraag verrassend veerkrachtig en heeft deze de zwakke prestaties van de internationale handel helpen compenseren. We zien zelfs een versnelling van de consumptie bij de gezinnen. In het derde kwartaal van 2019 stegen ze met 1,5% in vergelijking met een jaar eerder, in een context waarin het vertrouwen van de gezinnen over het algemeen stabiel bleef en hun plannen om duurzame goederen te kopen zelfs toenamen. Dit kan worden verklaard door de recente versnelling van het beschikbare inkomen van de huishoudens. Vooral gedreven door een relatief dynamische groei van de werkgelegenheid (+70.000 banen in 2018, +48.000 banen in de eerste drie kwartalen van dit jaar), steeg het nominale inkomen met bijna 4%. Aangezien tegelijkertijd de inflatie sterk is gedaald (zie hieronder), laat dit ruimte voor een stijging van het reële gezinsinkomen die voldoende is om zowel de spaarquote aanzienlijk te verhogen als de consumptie van de huishoudens te stimuleren.

Voorzichtige perspectieven

Voor 2020 blijven we echter voorzichtig. Ten eerste zal de wereldwijde economische groei in 2020 naar verwachting vrij laag zijn en dit zal blijven wegen op de activiteit die blootstaat aan de internationale handel, ook al zou een handelsovereenkomst tussen China en de Verenigde Staten de exporteurs enige verlichting kunnen brengen. Ten tweede is het onwaarschijnlijk dat de Belgische economie evenveel banen zal blijven creëren, want de economische dynamiek rechtvaardigt dit niet.

Het gebrek aan geschoolde arbeidskrachten wordt bovendien steeds nijpender. Volgens de SAFE-enquête van de ECB over de financiering van de KMO’s is het tekort aan geschoolde arbeidskrachten veruit het dringendste probleem waarmee het Belgische KMO’s wordt geconfronteerd. Ten derde, wanneer een federale regering in functie treedt (ervan uitgaand dat dit in 2020 zal gebeuren), zal zij een reeks kostenbesparende maatregelen moeten nemen om het begrotingstraject te corrigeren. Dit zal ook een negatief effect hebben op de economische groei.

De overheidsfinanciën

De toestand van de overheidsfinanciën zal de volgende federale regering dwingen tot een relatief grote begrotingsconsolidatie. Het ontbreken van een regering voor het afgelopen jaar betekent de facto een verlenging van de in 2018 geldende begroting. Er is dan ook geen extra inspanning geleverd, hoewel de Europese Commissie een structurele correctie van 0,6 procentpunt van het BBP heeft gevraagd. Bovendien verwachten de in 2019 opgerichte regionale overheden allemaal dat hun (regionale) tekorten in 2020 zullen toenemen om het nieuwe beleid te financieren. Zonder een federale regering die de begrotingen coördineert, bestaat het risico op een aanzienlijke budgettaire ontsporing als de cijfers eenmaal zijn geconsolideerd. Dit is des te meer het geval als in het federale parlement alternatieve meerderheden worden gevormd om voor specifieke problemen extra budgetten te voorzien. Als deze praktijken niet worden gecoördineerd, kunnen ze een aanzienlijke impact hebben op de begroting. In dit moment vrezen we dat het begrotingstekort zal toenemen tot 2,0% in 2020. Dit zou de verlaging van de schuldgraad, die in 2020 naar verwachting tot onder de 100% zal dalen, niet in gevaar brengen.

Zeer gematigde inflatie

Na een lange periode van inflatie boven het Europese gemiddelde is de inflatie in België sterk gedaald. In november was het slechts 0,4%, terwijl het begin 2019 nog in de buurt kwam van 2%. Dit cijfer is echter nog steeds sterk afhankelijk van de energieprijzen en dus van de prijzen van aardolieproducten. In feite blijft de onderliggende inflatie over het geheel genomen stabiel op ongeveer 1,5%. Hetzelfde zou in 2020 moeten gelden.

Voorzichtigheid

2020 lijkt een gemengd jaar te worden. De externe economische context, die cruciaal is voor de dynamiek van de activiteit in België, zou tijdelijk kunnen verbeteren dankzij een handelsakkoord tussen China en de Verenigde Staten. Tegelijkertijd zal de economische activiteit bij de belangrijkste handelspartners van België (Duitsland, Frankrijk, Nederland) waarschijnlijk bescheiden blijven en zal de binnenlandse vraag waarschijnlijk te lijden hebben van zowel een verslapping van de arbeidsmarkt als van kostenbesparende fiscale maatregelen. Na een groei van 1,3% in 2019 verwachten we dat de economische activiteit in 2020 met 0,7% zal groeien.

Contacteer ons
Julie Kerremans Media Relations
Julie Kerremans Media Relations

Follow ING on