Een zelfrijdende auto?

02.08.206 - Meer dan 4 op de 5 Belgen bedanken ervoor

Maandag 1 augustus 2016 —

Economic.Poll@ING n°49

Een zelfrijdende auto? Meer dan 4 op de 5 Belgen bedanken ervoor

De technologie staat nog niet helemaal op punt en er zijn nog veel ethische vragen op te lossen voor er sprake kan zijn van massaproductie, maar auto’s zonder bestuurder rijden vandaag de dag al rond. Het is nu mogelijk om van De Panne naar Aarlen te rijden (bijna) zonder het wiel te houden. Google en Tesla verwachten dat ze het komende decennium een enorme economische impact zullen hebben op de industriële activiteit en de productiviteit, maar ook op de levenskwaliteit en de organisatie van steden.
De voordelen van de technologie liggen voor de hand, maar de consument maakt zich zorgen om de kosten en risico’s die ze met zich meebrengt. Is de Belgische consument onverdeeld enthousiast over de komst van zelfrijdende auto’s en de ontwikkeling van artificiële intelligentie in het algemeen? Wij gingen in enkele recente Economic.Polls@ING (1)  na hoe ING-klanten tegen die thema’s aankijken. Het wantrouwen tegenover deze nieuwe technologieën blijft groot: voor slechts 18% van de respondenten is de ideale auto volledig zelfrijdend. 34% wil helemaal geen automatische rijhulp en 48% aanvaardt een zekere mate van gedeeltelijke automatisering, zoals een snelheidsregelaar (cruise control) of parkeerhulpsysteem.

In een andere peiling trokken we de vraag wat verder open en polsten we hoe mensen tegenover de ontwikkeling van artificiële intelligentie staan. Opnieuw overheerste het wantrouwen. Bijna 6 respondenten op de 10 vinden artificiële intelligentie een gevaar voor de mens. Anderzijds ziet bijna 1 op de 3 er net de toekomst in. Tot slot is 6% van mening dat de technologie haar grenzen heeft bereikt en niet veel vooruitgang meer zal boeken.

Alle investeringen en experimenten ten spijt spreekt de zelfrijdende auto onze consumenten dus nog niet aan. Hij wekt eerder angst op dan geestdrift. Om te weten of dat in economisch opzicht terecht is, moeten we een kosten-batenanalyse maken. Een van de voornaamste baten is de productiviteitswinst en de afname van het fileprobleem in de steden. De verkeersopstoppingen (vooral in Brussel, een van de Europese steden met de meeste files) zouden kunnen worden verminderd gezien zelfrijdende auto’s efficiënt bumper aan bumper kunnen rijden. Pendelaars kunnen hun werktijd beter benutten dankzij vlotter verkeer en mogelijk zelfs hun reistijd nuttig besteden. De productiviteit (anders gezegd: de toegevoegde waarde in verhouding tot het aantal gewerkte uren) neemt dus toe, vooral bij wie diensten levert aan huis of aan bedrijven. Los van zuivere productiviteitswinst is er ook het menselijke aspect. Autorijden wordt immers vaak aangehaald als een belangrijke bron van stress. Een zelfrijdende auto zou dus ook onrechtstreeks een positief effect hebben op de productiviteit buiten de reistijd. Als we wat verder vooruitblikken, kan hij zelfs leiden tot een efficiëntere benutting van het wagenpark. Uit verschillende studies blijkt dat de gemiddelde auto 95% ongebruikt in de garage staat. Zelfrijdende auto’s zouden een deelsysteem kunnen inluiden dat beter aansluit bij de vraag van de consument, waardoor de gemiddelde kost van een wagen zou dalen. Zover is het nog niet en de technologie biedt vandaag geen schaalvoordelen. De kosten (en dan vooral de aankoopprijs) blijven hoog. De belangrijkste ‘kost’ is echter het potentiële risico van een onvolmaakte technologie. Zelfrijdende auto’s moeten nog veel leren over het leven in een stad vol mensen met onvoorspelbaar gedrag: niet alleen bestuurders van andere auto’s, maar ook voetgangers en fietsers. Ze moeten ook nog heel wat kennis opdoen over het rijden met verkeerslichten of in moeilijke weersomstandigheden, zoals op gladde wegen. Tot slot is er ook een maatschappelijke uitdaging: zelfrijdende auto’s scheppen weliswaar nieuwe banen, maar veroorzaken in sommige sectoren ook banenverlies, denk maar aan taxichauffeurs en vrachtwagenbestuurders. ‘Creatieve destructie’ heet dat, een fenomeen dat Joseph Schumpeter meer dan 70 jaar geleden al beschreef.

Breder bekeken blijkt artificiële intelligentie (het vermogen van machines om taken uit te voeren waarvan doorgaans wordt aangenomen dat alleen mensen ertoe in staat zijn) in het algemeen bij de consument een aantal risico’s en gevaren op te roepen. Tot de economische voordelen rekenen we behalve productiviteitswinst ook het ontstaan van nieuwe sectoren, die economische groei en werkgelegenheid genereren (bv. robotica, statistiek of medische beeldvorming). De keerzijde van de medaille blijft natuurlijk dat die nieuwe activiteit ten koste van traditionelere sectoren en vooral laaggeschoolde werknemers dreigt te gaan (zie ING Focus – Werkgelegenheid, april 2016). Vanuit macro-economisch opzicht kan de arbeidsmarkt daardoor verder polariseren.

Vast staat dat de zelfrijdende auto, en artificiële intelligentie in het algemeen, disruptieve technologieën zijn, maar disruptie heeft zowel positieve als negatieve kanten. Ze zullen de industrie ingrijpend veranderen en tot ‘creatieve destructie’ van zowel banen als economische sectoren leiden. Maar zelfs indien we ons aan de vooravond van een technologische revolutie bevinden, dient gezegd dat deze veranderen meestal eerder gradueel verlopen, net zoals de internetrevolutie in het begin van de jaren 90 toch nog tot de jaren 2000 heeft moeten wachten om volledig ingeburgerd te geraken..

(1) Disclaimer  Economic.Poll@ING is een vraag die wekelijks wordt gesteld op de uitlogpagina van ING Home’Bank. De hier toegelichte vragen werden gesteld tussen 11 en 24 juli 2016 (respectievelijk 3.014 en 3.667 bevraagde personen). De representativiteit van dit staal wordt niet gewaarborgd.

---
Voor meer informatie:

Geoffrey Minne, Economist, +32 2 547 33 86, Geoffrey.Minne@ing.be

79e5a11569f8639451325e43db9439b2

Follow ING on